D, t, dt?

Laat hier eens zien dat jij die dt-regel helemaal snapt!  (Denk eraan: is het een pv?  wat is de stam? en vervang door werken indien nodig)

* dt-oefeningen 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 en nog 60 reeksen...

* vul de stam in

* werkwoorden: ik .... (stam!)  

* werkwoorden: hij/zij... (stam+t!)

* een mengelmoesje, denk goed na!! 1 - 2 - 3 - 4 

 

TT of VT?

* tegenwoordige tijd of verleden tijd? 

 

Persoonsvorm

Om de persoonsvorm te vinden moet je steeds een ja/nee-vraag maken.  Het eerste woord uit deze vraag is de pv of persoonsvorm.

* vul de persoonsvorm uit de zin in

* vul de persoonsvorm uit de zin in (2)

* vul de persoonsvorm uit de zin in (3)

 

Het onderwerp en het gezegde

Elke zin bestaat uit 2 delen: het onderwerp en het gezegde.

Het onderwerp vind je door de vraag te stellen over wie of wat er iets gezegd wordt in de zin.  Als je een ja-nee vraag maakt van de zin, staat het onderwerp steeds op de 2e plaats, direct na de persoonsvorm!

* Vul het onderwerp in   

* Vul het onderwerp in (2)

Het gezegde is dan de rest van de zin.

voorbeeld:

Jan fietst naar school.

onderwerp = Jan

gezegde = fietst naar school

 

Gisteren zijn wij op reis vertrokken.

onderwerp = wij

gezegde = gsiteren zijn op reis vertrokken    OF zijn gisteren op reis vertrokken

 

Zelfstandige naamwoorden

Zelfstandige naamwoorden zijn de namen van personen, dieren of dingen.  Je kan er meestal het of de voorzetten.  Van de meeste zelfstandige naamwoorden kan je een meervoudsvorm of een verkleinwoord maken.

Bv. stoel => een ding   /   de stoel, stoelen, stoetlje

      paard => een dier   /   het paard, paarden, paardje

* welk woord is een zelfstandig naamwoord?

* welk woord is een zelfstandig naamwoord?   (2)

 

 

Allerlei

* Woorden raden, synoniemen zoeken, ... Heel veel leuke taalspelletjes vind je op de site van Teleac.

* Kan jij al snel typen?  Volg vlug deze link en typ de woorden na... zonder fouten natuurlijk... Als je vrij spelen kiest, kan je direct aan de slag!

* ABCDEFG... Wie kent het liedje over ons alfabet niet?  Gebruik het goed wanneer je de woorden alfabetisch rangschikt bij de volgende oefening...